Het verhaal van Joey

Joey_@sashagouliaev

Van Chicago naar Amsterdam: Joey deelt hoe een late liefde voor ballet uitgroeide tot een carrière bij het Nationale Ballet. Een reis van doorzettingsvermogen, vallen, opstaan, en het terugvinden van balans.

In een interviewreeks bieden we een kijkje achter de schermen van de danswereld, waar passie, ambities en uitdagingen samenkomen. Vandaag ontmoeten we Joey Massarelli, professioneel danser bij het Nationale Ballet. Zijn weg als tiener van Chicago naar het grote podium in Amsterdam is er één van doorzettingsvermogen, groei en zelfontdekking. Een moeilijk, maar bepalend pad dat hem heeft gevormd tot de artiest die hij vandaag is.

“Wat je te zeggen hebt, doet ertoe. Jij doet ertoe. En wat je doet, doet ertoe”

“Ik ben vrij laat begonnen met dansen,” vertelt Joey. “Ik was veertien toen ik er écht in rolde. Maar muziek was altijd een groot onderdeel van het gezin. Mijn ouders draaiden Cher en Michael Jackson; we keken naar Grease en Cats. Mijn zus danste en ik probeerde altijd na te doen wat zij deed.”

Zijn allereerste dansles was geen succes. “Ze zetten me in een peutergroep ‘Boogie Babies’. Ik heb de hele les gehuild. Ik dacht: dit is niet wat mijn zus doet.” Toch ging de drang om te bewegen nooit weg. “Thuis danste ik in de kelder, alsof ik optredens gaf voor een denkbeeldig publiek.”

Een paar jaar later probeerde hij het opnieuw. “Ik was twaalf toen mijn moeder me in een breakdance-les zette. Ik was super enthousiast.” Al snel volgden andere stijlen. “Jazz, tap, nog meer lessen… Ik wilde altijd meer. Twee jaar lang smeekte ik mijn ouders of ik bij het wedstrijdteam mocht. Toen ze eindelijk ja zeiden, werd het serieus.”

“Ze zetten me in een peutergroep ‘Boogie Babies’.
Ik heb de hele les gehuild

Een nieuwe wereld achter de barre

Ballet stond in die tijd nog ver van hem af. “Ik vond ballet saai,” geeft hij eerlijk toe. “Ik begreep niet dat het de basis van alles is. Ik zag een barre en dacht: je doet iedere dag hetzelfde, wat is daar leuk aan?” Dat veranderde op een performing arts high school in Chicago. “We hadden elke ochtend ballet. In het begin dacht ik: prima, ik doe het wel. Daarna merkte ik pas hoeveel het bijdraagt aan je technische basis.”

Vanaf dat moment richtte hij zich meer op klassieke training. “Ik deed zomercursussen, werkte met vaste docenten en gastleraren. In mijn laatste jaar deed ik mee aan een competitie in New York. Ernst Meisner, nu artistiek leider van De Junior Company, was daar en hij bood me een zomerbeurs aan om naar Amsterdam te komen. Het was de eerste keer dat ik van huis ging. Ik was pas zeventien.”

Van Chigaco naar Amsterdam

Het afscheid was pijnlijk. “De dag dat ik vertrok uit Chicago, heb ik de hele dag gehuild,” zegt Joey. “Ik wilde het niet toegeven, maar ik was bang. Bang om te falen, bang dat het de verkeerde keuze was.”

Met zijn ouders maakten hij een afspraak: “Ze zeiden: probeer het drie maanden. Als je het niks vindt, kom je terug.” Die eerste maanden waren zwaar. “Een nieuw land, nieuwe school, nieuwe systemen. Ik kende niemand en ik miste mijn familie.”

Naarmate hij gewend raakte aan het leven in Amsterdam, zag hij hoe groot de verschillen waren tussen de danswereld in de VS en die in Nederland. “In de States zijn ze vaak juist dringend op zoek naar jongens,” zegt hij. “Ik was gewend aan beurzen en kansen. Hier sturen ze mensen weg, er zijn gewoon zoveel getalenteerde dansers die voor dezelfde plekken gaan. Die mate van competitie was nieuw voor mij.”

Mijn docent was streng omdat hij wist: als je dit wilt, moet je keihard werken

Audities brachten reality checks. “Dat jaar zat vol audities en ook vol afwijzingen,” zegt hij. “Ik ben de kleinste mannelijke danser van het gezelschap. In klassiek ballet willen ze meestal mannen van rond de 1.80 meter. Fysiek voldeed ik niet aan dat ideaal.” Toch bleef hij werken. “Mijn docent was streng omdat hij wist: als je dit wilt, moet je keihard werken. Hij hielp me mijn basis te verfijnen waardoor ik niet alleen beter maar ook zelfverzekerder werd.”

Hij omschrijft zijn eerste jaar dan ook als ‘survival mode’. “Ik was volledig opgeslokt door ballet. Ik voelde dat ik achterliep, omdat anderen hier al langer zaten of een klassieke achtergrond hadden. Ik moest zo hard werken om datzelfde niveau te bereiken.”

Zijn onbevangen liefde voor dans werd meer een haat-liefdeverhouding. “Het voedt me en het put me uit. Je hebt pieken en dalen.” Een routine opbouwen en de drie-maandenbelofte die hij met zijn ouders had gemaakt, hielden hem staande. “Ik heb geleerd: als je je ergens aan committeert, maak je het af. Je stopt niet halverwege. Dat hielp mij er doorheen.”

In het ritme van De Junior Company

Toen Joey bij de Junior Company kwam, ging het tempo omhoog. “Het voelde alsof ik twee banen had. We hadden onze eigen programma’s en dan nog twee avondvullende producties met het gezelschap. De eerste maand deden we een tour van dertig voorstellingen. We stonden bijna elke dag op het podium, steeds in een andere stad. Daarna volgde direct de Notenkraker met meer dan twintig shows.”


Die belasting vroeg om een nieuwe manier van focussen. “Het kostte tijd om te leren doseren. Je kunt niet altijd honderd procent geven. Je moet naar je lichaam luisteren en weten wanneer je kan pushen en wanneer je rust moet nemen.”

“Toen ik begon, werd er nauwelijks over mentale gezondheid gesproken”

Een cultuur in beweging

Door de jaren van optreden groeide zijn uithoudingsvermogen en leerde hij beter luisteren naar zijn eigen grenzen. “Toen ik begon, werd er nauwelijks over mentale gezondheid gesproken,” zegt hij. “Na COVID veranderde dat. We hebben nu een psychiater en een fysiotherapeut die een belangrijke rol heeft gespeeld in het vergroten van de aandacht voor welzijn.”

Ook de communicatie verbeterde. “We hebben zelfs een whiteboard waarop staat wat mensen die dag aankunnen met percentages van belastbaarheid. Het is nog niet perfect, maar er wordt meer over gepraat.”


Die openheid hielp ook dansers elkaar beter ondersteunen. “We trekken samen op. Als we een rol met drieën delen, stemmen we af wie het op dat moment het beste kan doen. Het gaat erom dat je voor elkaar zorgt en samenwerkt als een community.”

Zijn eigen stem vinden

Die verschuiving naar een meer open cultuur hielp Joey ook zijn eigen stem te vinden. “Ik heb nu iets meer zeggenschap over mijn werkdruk en hoe ik mijn programma kan managen. Het is niet perfect, maar het is normaal geworden om met een balletmeester te bespreken wat voor jou haalbaar voelt. Het loopt niet altijd zoals je wilt, maar uiteindelijk staan je gezondheid en welzijn echt voorop.”


Dat bewustzijn reikt verder dan het podium. Joey zet zich ook in voor vertegenwoordiging en de community. “Ik zit in verschillende commissies, zoals de dansersvertegenwoordiging en de stuurgroep van de Young Patrons Circle. Ook zat in de selectiecommissie voor de nieuwe directeur van het Nationale Ballet, als vertegenwoordiger van de dansers. Ik vind het belangrijk om onderdeel te zijn van gesprekken die onze community aangaan en vormgeven.”


Gevraagd waar de sector zich nog moet ontwikkelen, wijst Joey op representatie. “Vooral in klassieke omgevingen zou ik graag meer acceptatie zien voor trans, non-binaire en queer dansers, en voor BIPOC-artiesten. Ja, het kost tijd, maar ik denk dat er op dat gebied echt meer beweging mag komen.”


Maar minstens zo belangrijk, zegt hij, is de vrijheid om je uit te spreken zonder angst voor gevolgen. “Ruimte om je uit te spreken, zonder dat er over geoordeeld wordt of dat het tegen je wordt gebruikt,” zegt hij. “Het is al veel beter dan vroeger, maar ik zie nog steeds terughoudendheid, vooral bij jongere dansers. Misschien leeft er toch een beetje de angst om te zeggen: ‘Ik voelde me niet fijn bij hoe dat ging, kunnen we het daarover hebben?’”


Als hij terugdenkt aan de jongen die hij op zijn zeventiende was, weet Joey welke woorden hij hem vandaag zou willen meegeven: “Wat je te zeggen hebt, doet ertoe. Jij doet ertoe. En wat je doet, doet ertoe. In een gezelschap met meer dan negentig dansers is het makkelijk om je verloren of ongezien te voelen. Ik ben hier tien jaar, heb een bepaalde positie, en zelfs ik voel me soms onzichtbaar. Onthoud dat je iets te bieden hebt. Dingen hebben tijd nodig. Blijf geloven in wat jij te bieden hebt.”

Foto’s (v.l.n.r.): Thomas Mohr, Nina Tonoli, Altin Kaftira, Todd Rosenberg, Sasha Gouliaev

Wil je ook graag je verhaal vertellen? Laat het ons weten door ons een mailtje of een bericht via onze social mediakanalen te sturen.


Herken jij situaties uit bovenstaand verhaal die jij hebt meegemaakt en die grensoverschrijdend zijn?

Praat erover. Ook als je twijfelt. Hulp is beschikbaar. Kijk voor meer informatie over advies, ondersteuning en vertrouwelijke gesprekken op de pagina Hulp en advies.